- Wetsvoorstel tot herziening van het beslag- en executierecht - Groenendaal & van Krijl - Gerechtsdeurwaarders

 

Tot 20 juli 2018 ligt het wetsvoorstel tot herziening van het beslag- en executierecht ter consultatie. Aanleiding voor dit wetsvoorstel is het regeerakkoord van 2017-2021 geweest.

In dit akkoord is het programma “verbetering van het burgerlijk procesrecht” aangekondigd. Dit programma is bedoeld voor het zorgen van meer eenvoud, snelheid, flexibiliteit en effectiviteit bij de gerechtelijke geschiloplossing en het beslag- en executierecht. Voornoemd wetsvoorstel maakt deel uit van het programma. Het wetsvoorstel omvat wijzigingen van wetsartikelen in het Tweede en Derde Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: ‘Rv’) en is opgesteld aan de hand van de volgende uitgangspunten:

1. Het bestaansminimum van schuldenaren dient geborgd te zijn bij beslag en executie;

2. Beslaglegging en de daaropvolgende executie moeten zo effectief en efficiënt mogelijk plaatsvinden; en

3. Als het beslag dient ter verhaal mag het niet louter worden ingezet als pressiemiddel.

Hierna zullen de voornaamste veranderingen aan de orde komen die de uitgangspunten zullen invoeren.

1. Betere borging bestaansminimum schuldenaren

Beslagvrij bedrag
Een opvallende verandering is dat de wetgever voornemens is om de beslagvrije voet ook toe te passen op bankbeslagen. Naar huidig recht wordt de beslagvrije voet in beginsel enkel toegepast op beslagen op periodieke inkomsten van de schuldenaar, zoals loon en uitkering. De beslagvrije voet zorgt ervoor dat er altijd een bepaald bedrag ter vrije beschikking van de schuldenaar staat. Met dit bedrag wordt de schuldenaar geacht te kunnen voorzien in zijn/haar levensbehoeften. Op dit bedrag mag geen beslag worden gelegd.

Indien het wetsvoorstel aangenomen wordt, zal er een met de beslagvrije voet bij een beslag op inkomen vergelijkbare regeling worden ingevoerd voor conservatoir en executoriaal bankbeslag. De beslagvrije voet wordt in dit geval genoemd ‘het beslagvrije bedrag’. Het doel van deze regeling is voorkomen dat de regeling van de beslagvrije voet wordt doorkruist doordat er beslag wordt gelegd op de bankrekening van de schuldenaar in plaats van op het loon/uitkering zelf en op die wijze de beslagvrije voet wordt omzeild. De regeling van het beslagvrije bedrag geldt enkel voor natuurlijke personen en ZZP’ers. Het beslagvrije bedrag zal in lid 5 van artikel 475a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) worden opgenomen.

Modernisering beslagverbod roerende zaken
Een andere verandering is dat het beslagverbod op de roerende zaken, niet registergoederen, zal worden gemoderniseerd, dit ter uitvoering van het eerste en derde uitgangspunt. De beslagverboden zijn thans neergelegd in artikelen 447 en 448 Rv. De huidige beslagverboden voldoen niet meer aan de maatstaven die onze huidige maatschappij stelt aan een menswaardig bestaansminimum. De gedachte achter de beslagverboden is dat de schuldenaar kan blijven voorzien in zijn primaire levensbehoeften. Behalve modernisering van voornoemde artikelen, wordt de lijst van beslagverboden aangevuld met twee nieuwe categorieën, te weten: gezelschapsdieren en hoogstpersoonlijke zaken. Ofschoon deze categorieën strikt genomen niet noodzakelijk zijn om te kunnen voorzien in de primaire levensbehoeften, dienen deze wegens humanitaire gronden buiten het beslag gehouden te worden.

 2. Effectieve en efficiënte beslaglegging en executie

Online executoriale verkoop van roerende zaken
De executoriale verkoop van onroerende zaken via internet heeft sinds 1 januari 2015 een wettelijke grondslag. Nu is de wetgever voornemens om de verkoop ook wettelijk te reguleren ten aanzien van roerende goederen die geen registergoederen zijn. Het voordeel hiervan is dat een breder publiek wordt bereikt opdat er een zo hoog mogelijke netto-opbrengst wordt gerealiseerd. Daarnaast leidt veilen via internet tot meer transparantie, aangezien iedereen kennis kan nemen van het koopproces. Bovendien is de aankondiging van de executieverkoop via internet goedkoper. Er kan gekozen worden voor zaalveiling, online veiling of een combinatie van deze veilingen: de zogeheten ‘hybride’ veiling.

Verkorting termijn derdenverklaring
De derde-beslagene moet op grond van artikel 476a Rv een verklaring doen van de vorderingen en zaken die door het beslag zijn getroffen. De derde-beslagene is, zodra vier weken na het leggen van het beslag zijn verstreken, verplicht om deze verklaring af te leggen. Deze termijn zal worden ingekort naar twee weken.

Administratief beslag op motorrijtuigen en aanhangwagens
Onder het huidig recht dient de deurwaarder het voertuig waarop hij/zij beslag wenst te leggen eerst te zien. Derhalve dient de deurwaarder zich fysiek te begeven naar de plaats waar het voertuig zich bevindt. De deurwaarder zal rondrijden in de buurt van de woning van de schuldenaar of op andere plaatsen op zoek gaan naar het voertuig. Met het zoeken is veel geld en tijd gemoeid. De nieuwe wetgeving zal er daarom voor zorgen dat de deurwaarder het voertuig niet meer daadwerkelijk met het oog hoeft te waarnemen om beslag te kunnen leggen. Hij kan zich in het vervolg voor het leggen van het beslag baseren op het kentekenregister van de RDW.

De kantonrechter wordt ook executierechter
Met dit wetsvoorstel zal artikel 438 Rv worden gewijzigd, zodat daaruit zal volgen dat de kantonrechter bevoegd is om executiegeschillen te beslechten die tot zijn competentie behoren. Hierdoor kunnen consumenten en andere over het algemeen zwakkere rechtsdeelnemers terecht bij de kantonrechter in een executiegeschil. Procederen ten overstaan van de kantonrechter is goedkoper, aangezien procespartijen geen procesvertegenwoordiger verplicht nodig hebben. Ook een deurwaarder kan in het geval van een deurwaardersrenvooi gebruik maken van de kantonrechter als executierechter.

3. Beslaglegging dient niet uitsluitend als pressiemiddel te worden ingezet

Het derde uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat beslaglegging uitsluitend ter verhaal moet dienen niet louter mag worden ingezet als pressiemiddel. Deze gedachte zal worden vastgelegd door in artikel 435 Rv op te nemen dat beslaglegging niet is toegestaan indien redelijkerwijs voorzienbaar is dat het bedrag dat kan worden opgebracht bij verhaal op de beslagen goederen lager is dan de kosten van het beslag en de executie die daarna volgt. Indien de deurwaarder desondanks overgaat tot het leggen van beslag, dan zal de schuld van de schuldenaar uiteindelijk alleen maar oplopen. In dat geval gaat men ervan uit dat het beslag wordt gebruikt als pressiemiddel.

Terminologie
De term “geëxecuteerde” waarmee de schuldenaar in de executoriale fase op wie men een executoriale titel heeft wordt aangeduid, zal worden vervangen door de term “schuldenaar”. De term roept namelijk bij niet-juristen verkeerde associaties op. De begrippen ‘executant’, ‘executie’ en ‘executoriaal beslag’ blijven daarentegen in stand.

 

Het wetsvoorstel en de Memorie van toelichting zijn terug te vinden op: https://www.internetconsultatie.nl/herzieningbeslagenexecutierecht.