In de uitspraak van 16 januari 2015 heeft de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam, locatie Amsterdam in kort geding geoordeeld dat een taxi (vooralsnog) niet valt onder de ‘gereedschappen van ambachtslieden en werklieden, tot hun persoonlijk bedrijf behorende’ als bedoeld in artikel 447 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna te noemen: Rv).  

Lees meer...

Voor het Tijdschrift voor de procespraktijk schreef onze jurist en tk-gerechtsdeurwaarder mr. Sjef van der Putten het artikel 'Beroepsaansprakelijkheid van de gerechtsdeurwaarder' (TvPP, 2014, p. 139 ev). In dit uitgebreide artikel schets hij de rechtsverhouding tussen de gerechtsdeurwaarder en zijn opdrachtgever, de grondslag voor aansprakelijkheid alsmede de gevolgen ervan. Hij concludeert dat er tussen de gerechtsdeurwaarder en zijn opdrachtgever sprake is van een civielrechtelijke aansprakelijkheid, ook bij het uitoefenen van ambtelijke taken. Hij beveelt aan de overeenkomst tot ambtelijke dienstverlening te codificeren in de Gerechtsdeurwaarderswet. Verder beveelt hij aan dat de KBvG in haar kwaliteitsnormen een minimumbedrag noemt waar de gerechtsdeurwaarder zich voor moet verzekeren en als best practice voorschrijft dat de gerechtsdeurwaarder zich jegens zijn opdrachtgever voor verdergaande aansprakelijkheid moet exonereren.

Klik hier voor de volledige publicatie.

Op 5 maart 2014 heeft de Rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch een uitspraak gewezen over de absolute competentie van de rechtbank. Voor de vraag welke rechter absoluut bevoegd was van het geschil kennis te nemen heeft de rechtbank een blik geworpen op de objectieve en subjectieve cumulatie van vorderingen.

Lees meer...

Een aantal jaar geleden kwam in het nieuws dat rechters vonnis hadden gewezen waarbij de dagvaarding was gedaan door iemand die zich had voorgedaan als gerechtsdeurwaarder. Het is strafbaar om je voor te doen als gerechtsdeurwaarder als je dat niet bent.

Lees meer...

Op 7 augustus 2013 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan over de wijze waarop een verzoekschrift tot echtscheiding is betekend. Ingevolge artikel 816 Rv. dient de verzoekende echtgenoot een afschrift van het verzoekschrift tot echtscheiding binnen veertien dagen na de indiening ervan ter griffie van de rechtbank te laten betekenen aan de andere echtgenoot. De betekening moet plaatsvinden aan de woonplaats van de andere echtgenoot.

Lees meer...